Toelichting

 

7. Gevolgen voor administratieve en bestuurlijke lasten

Het gevolg van de nieuwe regeling zal zijn dat, afhankelijk van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, voor een aantal bouwactiviteiten geen vergunning meer nodig is. Een substantiële vermindering van het aantal bouwvergunningplichtige bouwwerken was al beoogd met het Bblb. Uit het evaluatieonderzoek komt evenwel het beeld naar voren dat deze doelstelling in mindere mate is gehaald. Door het introduceren van de mogelijkheid in artikel 3 dat zonder vergunning kan worden gebouwd, mits voldaan wordt aan het bestemmingsplan, wordt een verdere uitbreiding van vergunningvrije bouwwerken beoogd. Ook in artikel 2 zijn op onderdelen echter enkele uitbreidingen van vergunningsvrij bouwen tot stand gebracht. De volgende verruimingen springen daarbij in het oog.



– Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en overige bouwwerken met een dak) en kozijn- en gevelwijzigingen zijn in de nieuwe regeling ook bij andere hoofdgebouwen dan woningen en woongebouwen vergunningvrij.
– Aan- en uitbouwen moesten onder het Bblb gebouwd worden binnen de gevelbreedte. Deze eis is vervallen. Aan- of uitbouwen mogen ook in de zijtuin rond de hoek van het hoofdgebouw worden gebouwd.
– Onder meer vlaggenmasten, bouwwerken ten dienste van bouwprojecten (bouwkeet, steiger, etc.), keermuren en hekwerken ter beveiliging van spoorwegterreinen zijn vergunningvrij geworden.
– Dakkapellen en dakramen en andere dakopeningen op een voordakvlak zijn vergunningvrij geworden voor zover een gemeente hieraan geen welstandseisen stelt.

In het kader van de administratieve lastentoets heeft een berekening van die lasten plaatsgevonden ten aanzien van de nieuwe regeling. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de voormalige categorie licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken in de nieuwe regeling voor een belangrijk deel vergunningvrij wordt. Dit leidt tot een vermindering van administratieve lasten. Voor het overige deel zal de categorie licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken onder de reguliere procedure van de omgevingsvergunning voor het bouwen komen te vallen. Dit vormt evenwel weer een verzwaring van administratieve lasten. Tegelijkertijd is ook een beperkt deel van de categorie van de voorheen regulier bouwvergunningplichtige bouwwerken onder de nieuwe categorie van vergunningvrij bouwen gebracht. Naar verwachting zal met de nieuwe e regeling het aantal licht-bouwvergunningplichtige en regulier bouwvergunningplichtige bouwwerken met 57% in aantal verminderen. Op jaarbasis betekent dit dat er ongeveer 64.000 vergunningen per jaar minder aangevraagd hoeven te worden. Dit zal leiden tot een reductie van structurele administratieve lasten van maximaal circa € 35 miljoen per jaar, waarvan € 20,5 miljoen per jaar voor bedrijven en € 14,8 miljoen per jaar voor burgers. Voor burgers geldt daarnaast nog een reductie van 3.000 uur.

Voor het aantal situaties dat een omgevingsvergunning nodig is om een afwijking toe te staan van het bestemmingsplan zal de nieuwe regeling naar verwachting niet of nauwelijks gevolgen hebben. Alleen de bouwactiviteiten uit artikel 2 kunnen zonder omgevingsvergunning in strijd met een bestemmingsplan of beheersverordening worden uitgevoerd. Nu het aantal bouwwerken dat valt onder de categorie van artikel 2, mede door de motie-Boelhouwer/Wiegman, in de nieuwe regeling nagenoeg gelijk zal blijven, zal er naar verwachting ook nauwelijks sprake zijn van een daling in het aantal benodigde toestemmingsbesluiten voor afwijkingen van het bestemmingsplan.

Voor de bestuurlijke lasten zal deze bijlage in beginsel geen gevolgen hebben. De werkzaamheden die verband houden met het verlenen van een vergunning, zullen door het met deze bijlage wegvallen van de vergunningplicht niet meer verricht hoeven te worden. De legesinkomsten zullen een overeenkomstige daling laten zien. Gelet hierop zijn de gevolgen voor de bestuurlijke lastendruk neutraal. De vermindering van bouwvergunningplichtige bouwwerken betreft vooral de grote bulk van het «kleine» bouwen (aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, tuinschuurtjes, enzovoort). Het wegvallen van de vergunningplicht leidt tot een verminderde overheidsbemoeienis. Zoals al aangegeven betekent vergunningvrij bouwen evenwel niet dat geheel niet aan voorschriften behoeft te worden voldaan. Het Bouwbesluit 2003 blijft bijvoorbeeld onverminderd van toepassing. Het feit dat men zonder een vorm van preventief toezicht (er geldt ook geen meldingplicht) kan gaan bouwen, legt de verantwoordelijkheid voor de naleving primair bij degene die bouwt. Het ligt in de rede dat dit ook zal doorwerken naar de prioriteitsstelling bij de uitoefening van het repressieve toezicht op de naleving, in die zin dat het voor de hand ligt dat het zwaartepunt daarbij eerder bij het vergunningplichtige bouwen zal worden gelegd. Dit doet echter niet af aan het uitgangspunt dat het bevoegd gezag, ook op verzoek van belanghebbenden, te allen tijde controlebezoeken kan afleggen en bij overtredingen handhavend kan optreden.

 

 
OmgevingsWeb.nl © 2010 -2014  |  Disclaimer  |  Mail ons  |  Vragen / antwoorden?