Toelichting

5. Overige wet- en regelgeving

De aanwijzing van activiteiten in de artikelen 2 en 3 betekent niet dat in het geheel geen omgevingsvergunning of andere vergunning of toestemming is vereist. Het project kan immers op andere gronden omgevingsvergunningplichtig zijn, bijvoorbeeld ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder e, of 2.2, eerste lid, van de Wabo. Daarnaast kan het bouwen ingevolge andere wetgeving ook nog gebonden zijn aan een specifieke toestemming. Te denken valt bijvoorbeeld aan een vergunning op grond van de Waterwet.

Naast het nodig zijn van een eventuele andere vergunning of toestemming, kunnen de activiteiten voorts onverminderd gebonden zijn aan rechtstreeks werkende regels uit aanverwante wetgeving. Voor bouwwerkzaamheden is in het bijzonder het volgende van belang.



5.1. Het Bouwbesluit 2003 en bouwverordening

Omgevingsvergunningvrije bouwwerken dienen onverminderd te voldoen aan de bij of krachtens de ingevolge artikel 2 van de Ww in het Bouwbesluit 2003 gegeven regels inzake nieuw te bouwen bouwwerken. Dit vloeit voort uit artikel 1b, eerste lid, van de Ww. Bouwen in strijd met deze nieuwbouweisen leidt, ook ingeval geen omgevingsvergunning voor dat bouwen is vereist, tot een overtreding van dat artikel. Hiertegen kan handhavend worden opgetreden. In dat opzicht leidt de introductie van het omgevingsvergunningvrije bouwen niet tot wijzigingen ten opzichte van het bouwvergunningsvrije bouwen zoals dat onder de Ww en het Bblb gereguleerd was.

Dat geldt ook voor de toepasselijkheid van de bouwverordening. Uit artikel 7b, eerste lid, van de Ww vloeit voort dat de omgevingsvergunningvrije bouwwerken ook moeten voldoen aan de op het bouwen betrekking hebbende voorschriften uit de bouwverordening (uitgezonderd de in de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige aard).


5.2. Repressief welstandsvereiste

Het uiterlijk van bestaande bouwwerken mag niet in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld aan de hand van de hiertoe opgenomen criteria uit de welstandsnota. Ook de omgevingsvergunningvrije bouwwerken vallen onder dit repressieve welstandsvereiste dat is opgenomen in artikel 12, eerste lid, van de Ww. De naleving van dit vereiste kan plaatsvinden door het opleggen van een verplichting tot het treffen van voorzieningen op grond van artikel 13a van de Ww.


5.3. Privaatrechtelijke verplichtingen

Bij privaatrechtelijke verplichtingen kan gedacht worden aan de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek inzake burenrecht (Boek 5, titel 4), die onder meer betrekking hebben op onrechtmatig handelen door het onthouden van licht en lucht, op erfafsluiting, op het aanbrengen van een erfafscheiding (inclusief medewerking van buren en kostendeling) en op het aanbrengen van vensters, andere muuropeningen, balkons en dergelijke werken.


5.4. Bestemmingplan en andere planologische regelingen

Zoals hiervoor reeds is uiteengezet, hoeft het bouwen, bedoeld in artikel 2 van deze bijlage, niet te voldoen aan de regels uit een bestemmingsplan, beheersverordening of een andere planologische regeling. Het niet van toepassing zijn van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo betekent immers dat het handelen in afwijking van een planologische regeling zonder een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo mag plaatsvinden. Dit geldt evenwel niet voor het bouwen dat in artikel 3 is aangewezen. Daarop is de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo onverminderd van toepassing indien het bouwen of het daarmee samenhangende gebruik in strijd is met de planologische regelgeving.

 

 
OmgevingsWeb.nl © 2010 -2014  |  Disclaimer  |  Mail ons  |  Vragen / antwoorden?