Toelichting

Achtererfgebied

Zoals in het algemeen deel van de toelichting al is aangegeven, is in de nieuwe regeling vastgehouden aan het ook al in het Bblb gehanteerde uitgangspunt dat aan de voorkant van gebouwen weinig vergunningvrij gebouwd mag worden en aan de achterkant veel (de zogenoemde «voor-achterkant benadering»). Dit principe, dat wordt gehanteerd ter bescherming van de ruimtelijke kwaliteit in het publiek domein, komt tot uiting in het feit dat vergunningvrije bouwmogelijkheden voornamelijk kunnen plaatsvinden in het gedeelte van een erf dat in de loop der tijd wel «achtererfgebied» of «achtertuingebied» is gaan heten. Om de leesbaarheid in de regeling te verbeteren is nu een definitie gegeven van dit «achtererfgebied». Bij achtererfgebied gaat het, net als in het Bblb, om de achtererven en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijerven. Voor de zijerven geldt net als in het Bblb dat een afstand van meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw (het voorerf) dient te worden aangehouden. Het begrip «erf» is in deze regeling overigens ongewijzigd overgenomen uit het Bblb. In de volgende afbeelding is het «achtererfgebied» als «bebouwbaar erfgebied» weergegeven.



I

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: 1. De definitie van achtererfgebied komt te luiden: achtererfgebied: erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt:
a. aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 m achter het snijpunt met de voorgevel, en,
b. aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel;.

Onderdeel I

In onderdeel I zijn op een aantal plaatsen wijzigingen doorgevoerd in bijlage II bij het Bor.

Onderdeel I, onder 1, onder a, onder 1
Met deze wijziging is een nieuwe omschrijving voor het begrip achtererfgebied opgenomen in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor. Het achtererfgebied bij een hoofdgebouw is van belang voor de plaats waar onder meer vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kunnen worden gebouwd. De regeling in bijlage II is gebaseerd op het uitgangspunt dat aan de voorkant van hoofdgebouwen weinig vergunningvrij mag worden gebouwd en aan de achterkant veel (de zogenoemde ‘voor-achterkant benadering’). Dit principe, dat wordt gehanteerd ter bescherming van de ruimtelijke kwaliteit in het publiek domein, komt onder meer tot uiting in de definiëring van het begrip ‘achtererfgebied’. De vorige begripsomschrijving riep in de praktijk vragen op bij situaties op hoekpercelen en percelen waarop hoofdgebouwen ten opzichte van het openbaar toegankelijk gebied schuin zijn geprojecteerd. Met de ervaringen die inmiddels in de praktijk zijn opgedaan, is een nieuwe begripsomschrijving geformuleerd die ook bij schuin geprojecteerde hoofdgebouwen of bij schuin lopende erfgrenzen en bochtige wegen, helderheid biedt over de wijze waarop het achtererfgebied ten opzichte van het openbaar toegankelijk gebied wordt begrensd. Ten opzichte van de huidige definiëring is ter verduidelijking toegevoegd dat de begrenzing van het achtererfgebied, aan de zijde van het openbaar toegankelijk gebied, altijd evenwijdig loopt met de begrenzing van het erf met het openbaar toegankelijk gebied. In de nieuwe omschrijving wordt de ligging van het achtererfgebied bepaald aan de hand van een denkbeeldige lijn, die (indien sprake is van zijerf) het hoofdgebouw raakt aan de zijgevel of de zijgevels. Bezien vanaf openbaar toegankelijk gebied, bevindt het achtererfgebied zich achter die lijn. Aan de niet naar openbaar gebied gekeerde zijkant, raakt de lijn de zijgevel van het hoofdgebouw op 1 m achter het snijpunt met de voorgevel. Ook in de vorige begripsomschrijving was al bepaald dat het achtererfgebied zich bevond op een afstand van 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw. Hiermee wordt voorkomen dat vergunningvrije bijbehorende bouwwerken al direct aan de voorgevel kunnen aansluiten bij het hoofdgebouw. Wat ook niet wijzigt is het feit dat het gedeelte van een erf dat zich bevindt aaneen naar openbaar gebied gekeerde zijkant van het hoofdgebouw, niet voor de bouw van vergunningvrije bouwwerken in aanmerking komt. Deze zijtuinen in hoeksituaties worden in een stedenbouwkundige context als voortuin gezien. Gelet op de ligging van deze zijtuinen, direct aansluitend aan het openbaar toegankelijk gebied, vallen deze zijtuinen onder het voorerfgebied. Ook in deze situaties wordt het achtererfgebied van het voorerfgebied gescheiden door een denkbeeldige lijn, die vanuit het snijpunt van de zij- en achtergevel evenwijdig loopt met de begrenzing van het erf met het openbaar toegankelijk gebied.

Ter illustratie van de nieuwe begripsomschrijving zijn in onderstaande tekening diverse situaties weergegeven waarin de ligging van het achtererfgebied aan de hand van de nieuwe omschrijving wordt weergegeven.


 
OmgevingsWeb.nl © 2010 -2014  |  Disclaimer  |  Mail ons  |  Vragen / antwoorden?