veel gestelde vragen

In artikel 3 lid 7 van het Bor staat dat bij verandering van bouwwerk de brandcompartimentering niet gewijzigd mag worden. Hoe is dat te rijmen met het vergunningsvrij aanbouwen in het achtererf tot zeer groot oppervlak. In de toelichting staat dat een toetsing aan het Bouwbesluit bij brandcompartimentering noodzakelijk wordt geacht. Een voorbeeld: bedrijf gaat vergunningsvrij een aanbouw plaatsen bij het bedrijfsgebouw van 50x 40 meter. Door de aanbouw ontstaat er een vrije ruimte van bijvoorbeeld 3000 m2. De brandcompartimentering wordt dus drastisch aangetast. Wil het bedrijf dat als 1 ruimte in gebruik nemen, dan kom je uit op gelijkwaardigheid. Hoe moet een gemeente omgaan met gelijkwaardigheid bij het vergunningsvrij bouwen. Bouwvergunningsvrij is immers bouwvergunningsvrij. Moet de gemeente dan nog de gelijkwaardigheid beoordelen. Bij wie ligt de bewijstlast. Op grond van welk artikel? Op grond van welk artikel kan de gemeente gegevens opvragen van de g
elijkwaardigheid. De brandcompartimentering wordt niet geregeld / gecontroleerd bij de gebruiksvergunning. Mij lijkt dat een zorgelijke ontwikkeling. Dit probleem doet zich natuurlijk bij vrijwel elke vergunningsvrije aanbouw voor. Denk aan de EPC berekening die altijd in de praktijk op gelijkwaardigheid wordt afgegeven. Concreet zal vrijwel elke vergunningsvrij aanbouw in strijd zijn met het Bouwbesluit en zal aangetoond moeten worden door gelijkwaardigheid. Dat is een exclusieve bevoegdheid van de gemeente. Dat probleem doet zich nu ook voor met het verschil dat de vergunningsvrije mogelijkheden zeer beperkt zijn en vergunningsvrije bouwwerken niet tijdens de bouw mee mogen worden genomen. Daardoor is de gelijkwaardigheid beperkt en ondergeschikt."


    De verantwoording ligt bij de aanvrager / houder van de vergunning. Op het moment dat er geen omgevingsvergunning nodig is voor de activiteit bouwen heeft u geen gegevens die u kunt toetsen, dus ook de gelijkwaardigheid niet. Wel kunt u achteraf handhavend optreden als u vermoed dat er niet voldaan wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit. U dient dat gemotiveerd te doen. Als tegenargument kan de eigenaar dan bijvoorbeeld gegevens overleggen waarmee de gelijkwaardigheid wordt aangetoond. In veel gevallen zal door een dergelijke verbouwing overigens een melding of vergunningplicht ontstaan op grond van milieuwetgeving of brandveiligheid.

    Er vindt dus een verschuiving plaats van preventief toetsen naar repressief toetsen.
    Wat het verschil betreft tussen de 'verandering van een bouwwerk' en de mogelijklheid om op basis van het 'bijbehorend bouwwerk' en gebouw flink te vergroten: in de tweede situatie wordt een geheel nieuw deel aangebouwd waarbij het nieuwe deel geheel ontworpen moet worden en dus de verwachting is dat dat nieuwe deel in het geheel zal voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Bij de verandering zijn het echter ingrepen die soms kleine aanpassingen lijken, maar die mogelijk veel grotere gevolgen hebben. Het is veel meer situatie specifiek wat een interne verbouwen doet met de compartimentering en wat de effecten daarvan zijn. Vandaar dat is gekozen om de voorwaarde voor de (sub)brandcompartimentering in artikel 3, onderdeel 7 op te nemen.


     



Regels vergunningvrij bouwen worden per november 2014 ingrijpend gewijzigd

Meer informatie over de nieuwe regels:

 


Netwerk OmgevingsWeb

      

Over OmgevingsWeb
 



Sitemap vergunningvrij bouwen

Beginpagina       Downloads       Wettekst       Test uw kennis       Forum       Nieuws       Vragen en
antwoorden
      OmgevingsWeb.nl ©
2010-2014