veel gestelde vragen

Mag je op groenbestemming (snippergroen) vergunningvrij bouwen?


    Groenbestemming hoort niet bij achtererfgebied bij woning vergunningvrij bouwen. Ook bij artikel 2 gevallen een korte check aan bestemmingsplan.

    Strookjes snippergroen grenzend aan woningen worden veelal door de gemeenten verkocht of verpacht aan de bewoners van de woningen. Deze gronden hebben in het bestemmingsplan vaak de bestemming "groenvoorziening". Een veelgestelde vraag is mag er nu vergunningvrij gebouwd worden op zo'n aangekocht stukje snippergroen met de bestemming "groenvoorziening".

    ABRvS heeft op 17 juli 2013 uitspraak gedaan dat op deze gronden niet vergunningvrij gebouwd mag worden. Een stukje grond met de bestemming "groenvoorziening" is niet bestemd voor "woondoeleinden" en kan om die reden niet tot het erf bij de woning worden gerekend. Dat volgt uit de definitie van "erf" (artikel 1, lid 1 bijlage II Bor). Het bestemmingsplan zal aangepast moeten worden naar "woondoeleinden" om vergunningvrije bouwwerken ten behoeve van de woning mogelijk te maken.

    Wat wel tot het erf bij de woning hoort is wanneer het bestemmingsplan de bestemming "woondoeleinden" een nadere aanduiding heeft gegeven bijvoorbeeld "tuin", "zonder gebouwen" e.d.  Ingevolge het bestemmingsplan mag op deze nadere aanduiding ook niet gebouwd worden. Echter deze gronden met een nadere aanduiding blijft de hoofdbestemming "woondoeleinden" waardoor het wel aangemerkt moet worden als erf bij de woning . Bij het toetsen aan de regels van het vergunningvrij bouwen inartikel 2 bijlage II Bor blijven de bouwregels uit het bestemmingsplan buiten beschouwing.  Het is een misvatting dat bij artikel 2 van het vergunningvrij totaal niet naar het bestemmingsplan gekeken hoeft te worden. Er zal altijd via het bestemmingsplan gechecked moeten worden of er sprake is van een erf bij de woning bij het bouwen in het achtererfgebied.

    Op Linkedin is tevens een uitgebreide discussie gevoerd over dit onderwerp.

    ABRvS overweegt het volgende:

    2. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bevoegd was om handhavend tegen de door [wederpartij] geplaatste aanbouw op te treden, omdat voor die aanbouw, anders dan de rechtbank heeft overwogen, een omgevingsvergunning is vereist. Volgens het dagelijks bestuur valt het oprichten van dit bouwwerk niet aan te merken als een activiteit waarvoor ingevolge artikel 2, aanhef en onder 3, van bijlage II bij het Bor geen omgevingsvergunning is vereist, omdat niet is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarde dat het bouwwerk in achtererfgebied moet zijn geplaatst.

    2.1. Hoewel in het hoger beroep uitsluitend de uitleg van het begrip "achtererfgebied" als gegeven in de beslissing op bezwaar aan de orde is gesteld, ziet de Afdeling zich ook voor de vraag gesteld of het gedeelte van het perceel dat aan de orde is, als "erf" als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Bijlage II van het Bor kan worden aangemerkt, nu het achtererfgebied zich eerst als zodanig laat kwalificeren, indien sprake is van een "erf" als daar bedoeld. De begrippen "erf" en "achtererfgebied" betreffen derhalve met elkaar samenhangende wettelijke begrippen.

    2.2. Uit de definitie van het begrip "erf" als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor, volgt dat als erf wordt aangemerkt een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbiedt.

    Het perceelsgedeelte waarop de aanbouw is gerealiseerd, is direct gelegen bij de woning van [wederpartij] en is in feitelijk opzicht ingericht als deel van de tuin bij de woning. Voor dat gedeelte geldt ingevolge het geldende bestemmingsplan de bestemming "Groenvoorzieningen (Rg)". Blijkens de doeleindenomschrijving behorend bij deze bestemming, opgenomen in artikel 2.13, eerste lid, van de planvoorschriften, betreft dit een openbare groenbestemming ten behoeve van de daar genoemde voorzieningen. Deze gronden mogen slechts worden bebouwd en ingericht met bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de genoemde bestemming "Groenvoorzieningen (Rg)".

    Derhalve moet worden vastgesteld dat het bestemmingsplan het gebruik dat [wederpartij] zowel in feitelijk opzicht als in privaatrechtelijk opzicht van deze gronden maakt, te weten via een erfpachtconstructie als privétuin ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw, verbiedt. De omstandigheid dat de desbetreffende grond in erfpacht aan [wederpartij] is uitgegeven en hij uit dien hoofde gerechtigd is die grond als privétuin in te richten, doet daar niet aan af, nu die situatie niet van invloed is op de wijze waarop het bestemmingsplan moet worden uitgelegd.

    De redenering in het advies van de bezwaarschriftencommissie van 8 januari 2012, zoals overgenomen in het besluit op bezwaar, wordt niet gevolgd. De commissie heeft zich daarin, met het standpunt dat voor de vraag of de gronden al dan niet als "erf" kunnen worden aangemerkt de feitelijke situatie leidend is, gebaseerd op de uitspraak van de Afdeling van 15 september 1997 (zaak nr. R03.93.6309; AB1998/5), die ziet op een situatie waarin het begrip "erf" in de van toepassing zijnde regelgeving niet was gedefinieerd, zodat daaraan in de desbetreffende uitspraak uitleg moest worden gegeven. Dat is hier niet aan de orde. In het voor deze zaak van toepassing zijnde Bor is het begrip "erf" gedefinieerd in bovenvermelde zin, zodat van die definitie dient te worden uitgegaan.

    2.3. Uit het voorgaande volgt dat het perceelgedeelte waarop de aanbouw is gerealiseerd, niet kan worden aangemerkt als "erf" als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor. Nu het desbetreffende perceelgedeelte geen erf is, kan dit, gelet op de definitie van het begrip "achtererfgebied" in artikel 1, eerste lid, van genoemde bijlage, evenmin als zodanig worden aangemerkt.

    De gerealiseerde aanbouw kan dan ook niet als een op de grond staand bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied vergunningvrij worden opgericht. Het dagelijks bestuur was daarom bevoegd handhavend tegen de aanbouw op te treden. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

    Lees hier de volledige uitspraak.

     

    Gerelateerde uitspraken:

    Bron: OmgevingsWeb, Edwin Kort, oktober 2013

     



Regels vergunningvrij bouwen worden per november 2014 ingrijpend gewijzigd

Meer informatie over de nieuwe regels:

 


Netwerk OmgevingsWeb

      

Over OmgevingsWeb
 



Sitemap vergunningvrij bouwen

Beginpagina       Downloads       Wettekst       Test uw kennis       Forum       Nieuws       Vragen en
antwoorden
      OmgevingsWeb.nl ©
2010-2014